Zorginstituut Nederland

Portaal voor iStandaarden in de
Zorg en Ondersteuning

Workshop - Privacy: een kwestie van gezond verstand

Denktank IZO 13 juni 2017
Workshopbegeleider: Hans Versteeg (VNG)

“Privacy is niet zwart-wit. Er is iets te kiezen. Je hebt binnen het kader van de wet mogelijkheden om dingen zelf te vullen.”

Het perspectief dat privacy gaat over het niet-delen van informatie is achterhaald. Het is juist een hulpmiddel om wél te delen, mits het zorgvuldig gebeurt. Een basisprincipe kan zijn: wees transparant, vraag zo min mogelijk informatie, alleen wat nodig is. Dan kan er ook minder uitlekken.

We geven steeds vaker en steeds meer informatie over onszelf uit handen Natuurlijk, je hebt een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen welke informatie je deelt en welke niet. ‘Gebruik gewoon je gezond verstand’ of, zoals Google het zegt don’t be stupid.

In de praktijk ligt informatie delen veel genuanceerder, zeker bij medische cliëntgegevens. Tekenend is het praktijkvoorbeeld van een patiënt in de workshop. Toen hij bij een arts zat, mocht de arts om privacyredenen niet in het dossier van de longarts kijken. Terwijl de cliënt aanwezig is en daar toestemming voor geeft. Een gevolg kan zijn dat medicatie wordt voorgeschreven die niet kan of mag.

In de workshop gaat het over bewustwording. Hoe ga je in de praktijk verstandig om met privacy, in privésituaties maar ook op het werk? Ongeveer een derde van de deelnemers van vandaag werken met de persoonlijke gegevens van anderen. 

Als opwarmer doen drie deelnemers een rollenspel met een gemeente, huisarts en cliënt. De gemeente vraagt toestemming aan de cliënt om informatie van de huisarts op te vragen, om de vraag naar ondersteuning goed in te kunnen schatten. De huisarts vindt dat het dossier in een vertrouwensrelatie is opgesteld en dat de gemeente de wens om toegang te krijgen tot het medisch dossier onvoldoende heeft beargumenteerd.

De diverse belangen ontaarden in een onderhandeling, die heel lang in stand blijft zonder dat je verder komt. De vraag is of de patstelling nodig is. Kun je ook op zoek gaan naar een gezamenlijke grond? Vaak als de vraag wordt gesteld of er gegevens mogen worden uitgewisseld en iemand zegt nee, dan wordt de suggestie gewekt dat je dan ook geen zorg kunt krijgen. Maar dat mag wettelijk niet. Je moet specifiek toestemming vragen: ‘mogen wij voor het vaststellen van de noodzaak voor een traplift de relevante info opvragen?’.

In het tweede deel van de workshop ontstaat met een poll via Mentimeter de bewustwording dat we in verschillende rollen met persoonsgegevens te maken hebben. De antwoorden op de vraag ‘wat is privacy?’ worden samengevat in een woordwolk. Woorden als ‘bescherming’ en ‘persoonlijk’ springen eruit terwijl ‘vertrouwen’ vrij klein is. Er is sprake van een worsteling met vertrouwen versus wantrouwen. ‘Je hebt informatie nodig, tegelijkertijd wil je niet het risico lopen de cliënt kwijt te raken.’

Privacy wordt gezien als tegenstelling, terwijl het vaak een gezamenlijk belang is. Een deelnemer werpt tegen dat dat makkelijk gezegd is. De gemeente heeft het geld, daardoor zijn er wel verschillende belangen. En huisarts: wil je echt iets voor deze patiënt, of wil je haar wat minder op je spreekuur?

Het is duidelijk te merken dat het onderwerp leeft binnen de organisaties van de aanwezigen. Het levert een interactieve, workshop op met zeer betrokken deelnemers, die veel nadenken over de eigen privé- of werksituatie.

Reactie

“Privacy is een randvoorwaarde om hulp te kunnen verlenen.”

“Privacy is niet de vraag ‘mag het wel of niet’, maar meer: ‘kun je het uitleggen’?”

“We moeten onderscheiden wat dé gemeente is. De gemeente vraagt niet om informatie, maar informatie is nodig voor taken en rollen die worden vervuld door een medewerker.”

“Kies bewust positie bij gegevensuitwisseling en bij het bepalen of het geprotocolleerd moet worden of aan de professional wordt overgelaten.”


primary@149.210.155.96